Naar hoofdinhoud Naar footer

Onderzoek beeldbellen gebaseerd op data Omaha System: ‘Eerste resultaten zijn verrassend positief’

Mensen met dementie kunnen via beeldbellen zeker zorghandelingen als insuline spuiten zelfstandig blijven uitvoeren. Dat is een voorzichtige conclusie van Aenne Werner, onderzoeker en projectleider wijkverpleging van Amstelring Wijkzorg. ‘Dit is een groep die waarschijnlijk meer zou kunnen op het moment dat we het niet meer overnemen.’ Voor de onderzoeksresultaten maakte Aenne gebruik van data uit Omaha System.

Het Integraal Zorgakkoord (IZA) heeft als doel de zorg voor de toekomst goed, toegankelijk en betaalbaar te houden. Aenne: ‘Dit betekent dat er veel moet veranderen in de zorg. En dat is goed, maar je moet je ook afvragen of die veranderingen gaan werken. Wij hebben dan ook afgesproken dat we hier als organisatie scherp op willen zijn. En als je gaat kijken naar wat werkt, moet je dat ook goed met data kunnen onderbouwen.’ 

5-stappen-model

Vanuit het gedachtegoed van IZA werkt Amstelring met het 5-stappen-model. Wat kan de cliënt zelf nog? Welke hulpmiddelen kunnen er worden ingezet? Wat kunnen familieleden of mantelzorgers nog betekenen? Wat kunnen het sociale netwerk of andere instanties bijdragen? En dan pas als laatste stap: Wat kan de wijkzorg-professional van Amstelring? Bij de inzet van hulpmiddelen kan beeldbellen dan een goede interventie zijn, omdat je veel zorg ook op afstand kan doen. De data van Omaha System van het team dat beeldbellen inzet, kan je dan vergelijken met de data van een team waar dat niet het geval is.’

Re-integratie medewerkers 

Aenne: ‘Een mooie bijvangst van dit onderzoek is dat er medewerkers aan het digitale team meededen die door ziekte deels of helemaal waren uitgevallen. Dit zijn professionals die graag nog willen werken en over veel deskundigheid beschikken. Zij kunnen bijvoorbeeld niet meer in de wijk werken, maar kunnen wel aan zorg op afstand bijdragen!’

Vooroordelen 

Er waren best wel wat vooroordelen over de verwachte resultaten. Aenne: ‘We onderzochten iets minder dan 3% van de cliënten van de Amstelring. Van 70 jaar tot en met 90+. Het ging om iets meer vrouwen dan mannen. Bijna 70%, dus 69% kreeg ondersteuning bij cognitie. Er zaten dus veel mensen met dementie bij. En dan is al snel het vooroordeel dat die mensen niets nieuws meer kunnen leren.’

Verbeteringen gedrag en kennis 

Ook Aenne zelf had haar bedenkingen en het betrokken wijkteam dat verantwoordelijk was voor de evaluatie van de resultaten eveneens. Het was dan ook best een eyeopener dat de eerste resultaten positief waren. ‘Het blijkt dat je deze groep zeker wel nieuwe dingen kunt aanleren. De kunst is om het steeds weer te herhalen waardoor de medische handeling ingesleten raakt. Daarnaast verbeterde de algehele status en het gedrag omdat de kennis van cliënten verbeterde. Dat konden we vergelijken met een groep cliënten die dus geen wijkverpleegkundige begeleiding via beeldbellen kreeg.’

Aflezen van de dosering 

De medische handelingen die cliënten moesten leren waren best pittig. Aenne: ‘Daar zaten situaties bij waar cliënten dus zelf insuline moesten spuiten en ook zelf een bloedsuiker-dagcurve moesten meten. Ze moesten bijvoorbeeld laten zien hoe ze de eerste 2 eenheden wegspoten. Dit lieten zij dan zien door de spuit langs hun voorhoofd te houden, waardoor de wijkverpleegkundige goed de dosering kon aflezen.’ 

Meer focus 

Aenne was als onderzoeker onder andere betrokken door te observeren. Zo kon ze nog meer voordelen waarnemen. ‘Ik zag collega’s met meer articulatie praten dan dat ze normaal gesproken zouden doen. Ook gebruikten ze meer mimiek. Het beeldschermbellen zorgt voor focus, omdat je niet ook naar de keuken kijkt, zoals je bijvoorbeeld in de thuissituatie zou doen.’

Overnemen lukt niet en dat is positief

‘Het andere wat je ziet is dat je door het beeldbellen cliënten automatisch in hun eigen regie en zelfstandigheid moet laten. Want ook al heb je het nog zo druk, je kan het niet overnemen van de cliënt. Simpelweg omdat je een insulinespuit niet uit de handen van de cliënt zal kunnen pakken. Je kunt in het ergste geval hooguit het wijkteam bellen en zeggen: “Bij deze cliënt moeten jullie toch langs, want dit gaat niet goed met de medicatie.”’

Volgende fase is onderzoek bij grotere groep 

Aenne benadrukt wel dat de onderzoeksconclusie een voorzichtig positieve is. ‘Dit was een onderzoek op een kleine groep mensen. De volgende fase is nu om dit te onderzoeken met een grotere groep. Wat we ons bij een groter volume nog meer moeten afvragen is: Hoe kunnen we de zorg goed blijven leveren? En wat moeten we allemaal doen om dat goed te borgen? Bij een grotere groep kunnen we betere en hardere conclusies trekken. Daarom hoop ik dat andere organisaties hiermee eveneens aan de slag gaan. En dat ze daarbij gebruik maken van data uit het Omaha System.’ 

Omaha System maakt holistische kijk inzichtelijk 

Aenne is sowieso enthousiast over de inzet van data uit het Omaha System. ‘Als ik weleens met huisartsen spreek over ons werk als wijkverpleegkundigen, krijg ik vaak de reactie: “We weten dat jullie heel erg goed zijn, maar we weten eigenlijk nooit precies wat jullie doen. De interventies die wijkverpleegkundigen inzetten zijn heel cliëntbepalend en hangen mede af van wat er gebeurt in de relatie tussen wijkverpleegkundige en cliënt. Dit vraagt dus om een holistische kijk. Omdat Omaha System deze werkwijze heel inzichtelijk maakt, kun je de meerwaarde van de wijkverpleging wel goed aantonen. En zeker gezien de uitdagingen van deze tijd, is juist die holistische kijk van de wijkverpleegkundige zo nodig.’

Deel deze pagina via: